Om nog even terug te komen op de verschillen tussen (o.a koper vs zilverdraad) uitgangstrafo's.
Ergens midden jaren '80 is er een publicatie verschenen in het blad 'L Audiophile (voor de ingewijden een Frans "hobby" blad met o.a een stel fanatieke Japanners en Fransozen die zeer geïnteresseerd waren in buizenversterkers en hoornluidsprekers) met de titel "Amplificateurs monotriodes de puissance", "Les transformateurs de sortie" van William Walther en Gérard Chrétien.
Dat artikel gaat dus over uitgangstrafo's meettechnisch bekeken en de klankmatige uitkomst.
Om het heel kort samen te vatten moet een trafo een groot frequentie bereik hebben wat ook nog eens in het hoog zonder resonanties moet zijn en met een zo laag mogelijke verliesfaktor (in dB) en uiteraard een zo laag mogelijke verzadiging van de trafo.
Een Tango U808 moet het daar afleggen tegen een Tango FX 50-3,5 en hoewel de laatste Tango een iets verder doorlopend hoog heeft is de Partridge TK 4519 (met een marginaal beter laag) beter in het beheersen van de resonantie frequenties in het hoog en men vindt die dan ook beter klinken.
In dit licht gezien kan ik, en dat heb ik uitvoering getest (gemeten en beluisterd), gerust zeggen dat een lagere verliesfactor een hele belangrijke factor is in de weergave in een systeem. Hier onderscheid men het kaf van het koren. Uiteraard moet mede de resonantie onderdrukking mee worden genomen.